De biggen die wij voor ons bedrijf aankopen worden geboren bij een collega varkenshouder. We noemen hem: varkensfokker. Hij heeft fokzeugen en elke week worden er bij hem een paar honderd biggen geboren.
De eerste 4 weken blijven deze biggen bij de zeug, de moeder. Ze drinken vooral moedermelk en vanaf de eerste week beginnen ze ook al een beetje vast voedsel (brokjes) te vreten.

Biggen groeien snel. Na 4 weken wegen ze al  7,5 tot 8 kg en vreten ze zoveel  voer dat ze de moedermelk niet meer nodig hebben. Ze kunnen dan bij de moeder weg. We noemen dat moment: spenen (werkwoord)
De biggen die nu gespeend zijn gaan verhuizen, ze komen bij ons in de biggenstal.
Daar leven ze in een groot en schoon hok dat ze delen met 45 andere biggen. Het is hier ongeveer 27 °C, een aangename tempratuur voor hen. De biggen blijven hier maximaal 6 weken. Ze wegen dan inmiddels 25 kg en vreten per dag ongeveer 1 kg voer. Dan gaan ze opnieuw verhuizen en we gaan hen dan ook anders noemen:

In 10 weken is het big een vleesvarken geworden!!!